Zeveraar! Dief! Ben je op uw kop gevallen! Leugenaar! Veel te veel! Waarom doe je dit?! ... Dit zijn nog maar enkele woorden die we naar de kop smijten van de buschauffeurs. Afdingen kan leuk zijn maar ook zo frustrerend! This is Africa! Ik ben blank en dus een wandelende geldzak. Ik zie hen kijken naar ons met euro/birrtekens in hun ogen. Na een maand weten we ongeveer de prijzen van het openbaar vervoer. Ook is er ons verteld geweest dat we niet extra moeten betalen voor onze bagage wat in andere landen wel soms is. Toch proberen ze het telkens opnieuw. Een bajaj, kleine blauwe brommertaxi is 1-20birr, toch proberen ze 200 of 400 te vragen voor een 10tal minuten te rijden. Even ter info: €1 is ongeveer 23birr.
Ik betrap er me op dat ik kan discussiëren over soms 5birr en dat is maar €0,2. Soms doe ik het uit principe en vertel ik hen dit ik hier woon en dus graag als een Ethiopier wil behandeld worden maar dit is naïef. Blank=geld en ik zal me hier moeten bij neerleggen. Veranderen zal dit nooit! Het weglachen is de beste remedie.
Maandag namen we de minibus van Mekele naar Lalibela en moesten we 2x overstappen. Tesfalem had ons gewaarschuwd voor Woldia, de laatste overstap naar Lalibela. Toen we daar aankwamen hadden we een plan bedacht. Eerst onze bagage afnemen die op het dak van de minibus lag en daarna 1 iemand vastnemen die ons de bus naar Lalibela zou wijzen. Toen we uitstapten hoorden we al "Lalibela" "minibus to Laliba" ... uiteindelijk werden we van de ene bus naar de andere gestuurd. Er blijken geen bussen te rijden naar woldia omdat het black monday was. Je kan die dag vergelijking met vrijdag de 13e. We waren wel in Woldia geraakt en er reden bussen naar andere plaatsen. We hadden het vermoeden dat het opgezet spel was maar we konden dus niet anders dan ingaan om een privé auto te nemen. We hebben kunnen onderhandelen en voor elk 200birr naar lalibela kunnen rijden met een jeep. Hij stopte zelfs zodat we foto's konden nemen en hij nam een korte weg door de bergen waardoor we maar 3u in plaats van 5u onderweg waren. Dit was al veel goedkoper dan onze jeep van Axum naar Adigrat. We hadden toen 1500birr te veel betaald maar we hebben ons lesje geleerd.!
Kinderen roepen vaak "money money money" waarop wij terug zingen "must be funny... in a rich man's world!"
maandag 2 maart 2015
zaterdag 28 februari 2015
Een beeld zegt meer dan 1000woorden: Danakil depression!
Een beeld zegt meer dan duizend woorden en om de 4daagse in de danakil te beschrijven zijn er geen woorden genoeg!.
We vertrokken 's ochtends rond 10u. In het lokaal van de tourorganisatie moeten we onze bagage verminderen, 1 trekrugzak voor ons 2. Dit valt nog mee. We staan te praten met een Duits meisje, Paulina die haar stage geneeskunde in Gondar doet, de oude hoofdstad van Ethiopië. Dan is er nog Hazel , een meisje van Engeland die al 4 jaar in Afrika woont en werkt als fotografe voor verschillende magazines. We zitten spijtig genoeg niet samen in de auto. We zaten samen met een Russisch koppel samen, de enige nationaliteit waarmee we de auto liever niet hadden gedeeld. En ze hebben ons voordeel bevestigd, bleek achteraf! De vrouw heeft haar eerste man verloren in een auto ongeval waar ze zelf levend is uitgekomen. Ze vertelde dat ze terug heeft moeten leren praten, lopen, eten... Het ongeval zal wel niet de reden zijn van haar plastieken lichaam. De man was groot en stevig gebouwd en had een gele korte broek en oranje t-shirt aan. Een boer bij het eerste woord dat hij uitbracht. Tijdens de rit sprak hij meteen over geldzaken, wat wij verdienen, hoeveel wij betalen om te huren of te kopen. Hij vroeg ons ook of wij vaak met verschillende mannen het bed delen, waarbij wij na ons antwoord door hem conservatief werden genoemd. Hij had nog heel wat vragen en verhalen voor ons, te absurd om op te noemen. De eerste uren daalden we enorm. We daalden van meer dan 2500m naar zeeniveau. We voelden ook de temperaturen verhogen. De beloofde airco was eerder een blazer met koude lucht. Het Russisch koppel kloeg meteen en dat was ook heel de rit zo.
We reden eerst naar Erta Ale. We zijn de hele dag onderweg geweest en na uren op vulkanische grond te rijden kwamen we aan in het basis kamp. Er waren een 10tal soldaten aanwezig die ons zouden beschermen in het gebied. In 2012 zijn er heel wat toeristen omgekomen door een aanval van het Eritrese leger. Het was 2u30 stappen naar boven in het donker. De groep ging traag en wij gingen apart lopen van hen om ons eigen tempo te kunnen aannemen. We hadden geen koplampen mee maar vonden onze weg door het licht van de maan. De drukkende warmte nam heel wat energie van mij. De tocht was zwaar maar je vergeet alles als je de krater ziet. We voelden de warmte van de lava op ons gezicht en konden er 10m van staan. We stonden stilzwijgend te kijken hoe de lava naar boven spetterde. We hebben zo uren blijven staan. Van Negasie, onze gids, mochten we met ons 4 net naast de krater slapen op een voorwaarde dat we niet slaapwandelden. De anderen zouden iets verder slapen in hutten. 2 maanden geleden was er een man overleden die had geslaapwandeld maar van een rots is gevallen, dus net niet in de vulkaan. We vertelden horror verhalen aan elkaar over mensen die in de vulkaan vielen. Gelukkig is dit nog nooit gebeurd. De laatste uitbarsting van Erta Ale dateert ongeveer 4jaar geleden.
Na een warme maar avontuurlijke nacht op de gesmolten lava vertrokken we net voor de zonsopgang terug naar beneden. Eens de zon aan de hemel verscheen was het niet te houden van de warmte. We verlieten weer de groep en stapten goed door. We kwamen aan in het basiskamp al puffend en zwetend en kregen een heerlijk ontbijt voorgeschoteld. De groep kwam 1 voor 1 aan. Plots was er tumult in het basiskamp. Enkele soldaten liepen heen en weer door het kamp, namen een brancard en liepen richting de vulkaan. Er was een groepje dokters uit Duitsland ook bij onze groep. Een van hen was 74 jaar oud en was met een kameel naar boven geweest. Door de warmte bij het dalen is hij onwel geworden. Men dacht eerst aan een hersenbloeding. Hij had geplast in zijn broek en was bewusteloos geworden op de kameel. Het was nog een goed uur stappen van het basiskamp en de warmte was niet te houden. Ze bleven heel lang weg en we zaten met een bang hart te wachten. Na enkele uren kwamen ze terug aan met hem op de brancard, hij was terug bij bewustzijn. Ze zijn toen met de jeep terug naar Mekele gereden. Wat hij juist had weten we niet maar we denken dat het te wijten was aan dehydratie. Een helikopter bellen kon meer dan 24uur duren en er is geen telefoonbereik. Daar hebben we weer de Russen. Zij gingen beiden ook bijna dood door de tocht en wilden terugkeren met een helikopter. Hij had een sateliettelefoon gekocht maar kon spijtig genoeg niemand overtuigen hen te komen halen met de helikopter. Ze moesten het dus verder doen met ons in de auto zonder airco. Ze gingen maar door met klagen. De man is uiteindelijk over wapens begonnen. Zij wonen in Amerika en houden van wapens. Ze hebben er ook thuis liggen. Ze wonen in een veilige buurt maar als zijn vrouw zou verkracht worden kan hij de verkrachter meteen neerknallen. Daarover wordt er hevig gediscussieerd in de auto. Wij Europeanen zijn helemaal anders dan hen. Hij had in China Europeanen ontmoet en hij wou niet met hen in de auto zitten omdat ze hondenvlees hadden gegeten. Ik stelde voor dat hij me maar uit de auto kon schoppen want ik heb dat ook al gegeten in Ghana. Het feest barstte los. Hij noemde me walgelijk. Als ik hondenvlees eet dan zou ik ook van plan zijn mensen te eten. Want een hond is hetzelfde als een mens volgens hem. Als ik hen zeg dat wij ook kippen eten zegt hij dat een kip gemaakt is om op te eten en honden niet. Wat een gezellige sfeer in de auto. Ze bleven er maar op doorgaan tot ik hen echt moest overtuigen erover op te houden. Er werd gezwegen voor de rest van de dag. In de late namiddag kwamen we aan bij een zoutmeer. Het was er terug erg warm en konden een lauwe duik nemen in het meer, daarna konden we ons afspoelen in een warmwaterbron waarna ik nog warmer had. We sliepen onder de blote hemel naast het meer. De volgende dag hebben we enkel gereden. Er was een nieuwe auto aangekomen met echte airco voor de Russen. Zo waren we verlost van hen en konden Hazel en Paulina bij ons in de auto zitten. FEEST! De Afara bevolking is moslim dus op vrijdag wordt er niet gewerkt dus konden we de kamelen met zoutklompen niet zien. We sliepen die avond in een Afardorp. Het zag er duister, grijs en onleefbaar uit. Marie en ik voelden ons niet op ons gemak daar. We kregen er wel rieten bedden waar we onze matras konden op leggen, iets comfortabeler dus.
In deze regio wordt ook nog aan vrouwenbesnijdenis gedaan. Dit was een groot probleem in Ethiopië maar is nu verboden. In sommige streken wordt deze gruwelpraktijk nog steeds uitgevoerd bijvoorbeeld in Afar. Ik hoorde van de gids dat in dit gebied de vrouwensterfte na bevalling erg hoog ligt. Dit komt omdat de toegang naar gezonheidszorg moeilijk is maar ik denk dat dit ook te wijten is aan de besnijdenissen.
Onze laatste dag gingen we naar Dallol. Het 2e laagste punt op het Afrikaanse continent (-125m) en de warmste plaats op aarde. Het was 38°C in de voormiddag en dit was frisser dan anders, al is de gevoelstemperatuur stukken hoger. Je vond er stenen in alle kleuren. Het leek een koraalrif boven water. We konden bijna niet geloven dat dit nog de planeet aarde was, het leek zo surrealistisch!
Er was ook nog een klein meer gemengd met acid, olie en water. Volgens de gidsen is het een geneesmiddel tegen littekens. Smeren die handel dus! Mijn littekens op mijn benen waren op slag verdwenen, of dat hoopte ik toch!
Op de weg naar de zoutvlaktes bij Dallol zagen we rijen kamelen lopen. Het waren er honderden. Het was indrukwekkend om ze zo te zien lopen langs de vlaktes. De mensen gaan een hele dag werken op de zoutvlaktes om stukken zout uit te kappen. s' Avonds gaan de kamelen met het zout naar het dorp. 1 stuk weegt 20kg en ze dragen zo'n 20 blokken. Ik weet niet wat zwaarder is voor hen, het gewicht of de warmte maar ik denk dat het een dodelijke combinatie is.
Toen we terug in Mekele kwamen, namen we afscheid van Paulina die naar Lalibela vertrok in de vroege ochtend. Wij zouden nog 1 gaan drinken met Hazel en Negasie, onze gids. Uiteindelijk hadden we een geweldige avond en dansten we de nacht in!
We vertrokken 's ochtends rond 10u. In het lokaal van de tourorganisatie moeten we onze bagage verminderen, 1 trekrugzak voor ons 2. Dit valt nog mee. We staan te praten met een Duits meisje, Paulina die haar stage geneeskunde in Gondar doet, de oude hoofdstad van Ethiopië. Dan is er nog Hazel , een meisje van Engeland die al 4 jaar in Afrika woont en werkt als fotografe voor verschillende magazines. We zitten spijtig genoeg niet samen in de auto. We zaten samen met een Russisch koppel samen, de enige nationaliteit waarmee we de auto liever niet hadden gedeeld. En ze hebben ons voordeel bevestigd, bleek achteraf! De vrouw heeft haar eerste man verloren in een auto ongeval waar ze zelf levend is uitgekomen. Ze vertelde dat ze terug heeft moeten leren praten, lopen, eten... Het ongeval zal wel niet de reden zijn van haar plastieken lichaam. De man was groot en stevig gebouwd en had een gele korte broek en oranje t-shirt aan. Een boer bij het eerste woord dat hij uitbracht. Tijdens de rit sprak hij meteen over geldzaken, wat wij verdienen, hoeveel wij betalen om te huren of te kopen. Hij vroeg ons ook of wij vaak met verschillende mannen het bed delen, waarbij wij na ons antwoord door hem conservatief werden genoemd. Hij had nog heel wat vragen en verhalen voor ons, te absurd om op te noemen. De eerste uren daalden we enorm. We daalden van meer dan 2500m naar zeeniveau. We voelden ook de temperaturen verhogen. De beloofde airco was eerder een blazer met koude lucht. Het Russisch koppel kloeg meteen en dat was ook heel de rit zo.
We reden eerst naar Erta Ale. We zijn de hele dag onderweg geweest en na uren op vulkanische grond te rijden kwamen we aan in het basis kamp. Er waren een 10tal soldaten aanwezig die ons zouden beschermen in het gebied. In 2012 zijn er heel wat toeristen omgekomen door een aanval van het Eritrese leger. Het was 2u30 stappen naar boven in het donker. De groep ging traag en wij gingen apart lopen van hen om ons eigen tempo te kunnen aannemen. We hadden geen koplampen mee maar vonden onze weg door het licht van de maan. De drukkende warmte nam heel wat energie van mij. De tocht was zwaar maar je vergeet alles als je de krater ziet. We voelden de warmte van de lava op ons gezicht en konden er 10m van staan. We stonden stilzwijgend te kijken hoe de lava naar boven spetterde. We hebben zo uren blijven staan. Van Negasie, onze gids, mochten we met ons 4 net naast de krater slapen op een voorwaarde dat we niet slaapwandelden. De anderen zouden iets verder slapen in hutten. 2 maanden geleden was er een man overleden die had geslaapwandeld maar van een rots is gevallen, dus net niet in de vulkaan. We vertelden horror verhalen aan elkaar over mensen die in de vulkaan vielen. Gelukkig is dit nog nooit gebeurd. De laatste uitbarsting van Erta Ale dateert ongeveer 4jaar geleden.
Na een warme maar avontuurlijke nacht op de gesmolten lava vertrokken we net voor de zonsopgang terug naar beneden. Eens de zon aan de hemel verscheen was het niet te houden van de warmte. We verlieten weer de groep en stapten goed door. We kwamen aan in het basiskamp al puffend en zwetend en kregen een heerlijk ontbijt voorgeschoteld. De groep kwam 1 voor 1 aan. Plots was er tumult in het basiskamp. Enkele soldaten liepen heen en weer door het kamp, namen een brancard en liepen richting de vulkaan. Er was een groepje dokters uit Duitsland ook bij onze groep. Een van hen was 74 jaar oud en was met een kameel naar boven geweest. Door de warmte bij het dalen is hij onwel geworden. Men dacht eerst aan een hersenbloeding. Hij had geplast in zijn broek en was bewusteloos geworden op de kameel. Het was nog een goed uur stappen van het basiskamp en de warmte was niet te houden. Ze bleven heel lang weg en we zaten met een bang hart te wachten. Na enkele uren kwamen ze terug aan met hem op de brancard, hij was terug bij bewustzijn. Ze zijn toen met de jeep terug naar Mekele gereden. Wat hij juist had weten we niet maar we denken dat het te wijten was aan dehydratie. Een helikopter bellen kon meer dan 24uur duren en er is geen telefoonbereik. Daar hebben we weer de Russen. Zij gingen beiden ook bijna dood door de tocht en wilden terugkeren met een helikopter. Hij had een sateliettelefoon gekocht maar kon spijtig genoeg niemand overtuigen hen te komen halen met de helikopter. Ze moesten het dus verder doen met ons in de auto zonder airco. Ze gingen maar door met klagen. De man is uiteindelijk over wapens begonnen. Zij wonen in Amerika en houden van wapens. Ze hebben er ook thuis liggen. Ze wonen in een veilige buurt maar als zijn vrouw zou verkracht worden kan hij de verkrachter meteen neerknallen. Daarover wordt er hevig gediscussieerd in de auto. Wij Europeanen zijn helemaal anders dan hen. Hij had in China Europeanen ontmoet en hij wou niet met hen in de auto zitten omdat ze hondenvlees hadden gegeten. Ik stelde voor dat hij me maar uit de auto kon schoppen want ik heb dat ook al gegeten in Ghana. Het feest barstte los. Hij noemde me walgelijk. Als ik hondenvlees eet dan zou ik ook van plan zijn mensen te eten. Want een hond is hetzelfde als een mens volgens hem. Als ik hen zeg dat wij ook kippen eten zegt hij dat een kip gemaakt is om op te eten en honden niet. Wat een gezellige sfeer in de auto. Ze bleven er maar op doorgaan tot ik hen echt moest overtuigen erover op te houden. Er werd gezwegen voor de rest van de dag. In de late namiddag kwamen we aan bij een zoutmeer. Het was er terug erg warm en konden een lauwe duik nemen in het meer, daarna konden we ons afspoelen in een warmwaterbron waarna ik nog warmer had. We sliepen onder de blote hemel naast het meer. De volgende dag hebben we enkel gereden. Er was een nieuwe auto aangekomen met echte airco voor de Russen. Zo waren we verlost van hen en konden Hazel en Paulina bij ons in de auto zitten. FEEST! De Afara bevolking is moslim dus op vrijdag wordt er niet gewerkt dus konden we de kamelen met zoutklompen niet zien. We sliepen die avond in een Afardorp. Het zag er duister, grijs en onleefbaar uit. Marie en ik voelden ons niet op ons gemak daar. We kregen er wel rieten bedden waar we onze matras konden op leggen, iets comfortabeler dus.
In deze regio wordt ook nog aan vrouwenbesnijdenis gedaan. Dit was een groot probleem in Ethiopië maar is nu verboden. In sommige streken wordt deze gruwelpraktijk nog steeds uitgevoerd bijvoorbeeld in Afar. Ik hoorde van de gids dat in dit gebied de vrouwensterfte na bevalling erg hoog ligt. Dit komt omdat de toegang naar gezonheidszorg moeilijk is maar ik denk dat dit ook te wijten is aan de besnijdenissen.
Onze laatste dag gingen we naar Dallol. Het 2e laagste punt op het Afrikaanse continent (-125m) en de warmste plaats op aarde. Het was 38°C in de voormiddag en dit was frisser dan anders, al is de gevoelstemperatuur stukken hoger. Je vond er stenen in alle kleuren. Het leek een koraalrif boven water. We konden bijna niet geloven dat dit nog de planeet aarde was, het leek zo surrealistisch!
Er was ook nog een klein meer gemengd met acid, olie en water. Volgens de gidsen is het een geneesmiddel tegen littekens. Smeren die handel dus! Mijn littekens op mijn benen waren op slag verdwenen, of dat hoopte ik toch!
Op de weg naar de zoutvlaktes bij Dallol zagen we rijen kamelen lopen. Het waren er honderden. Het was indrukwekkend om ze zo te zien lopen langs de vlaktes. De mensen gaan een hele dag werken op de zoutvlaktes om stukken zout uit te kappen. s' Avonds gaan de kamelen met het zout naar het dorp. 1 stuk weegt 20kg en ze dragen zo'n 20 blokken. Ik weet niet wat zwaarder is voor hen, het gewicht of de warmte maar ik denk dat het een dodelijke combinatie is.
Toen we terug in Mekele kwamen, namen we afscheid van Paulina die naar Lalibela vertrok in de vroege ochtend. Wij zouden nog 1 gaan drinken met Hazel en Negasie, onze gids. Uiteindelijk hadden we een geweldige avond en dansten we de nacht in!
dinsdag 24 februari 2015
The highlands
Zondag = vrije dag! Dus we mogen doen wat we willen, er wordt niet gewerkt, behalve bij urgente zorgen! Dus wat doen we... We beslissen niet uit te slapen maar om 6u op te staan voor een heuse bergtocht. We willen graag de beklimming vroeg in de ochtend doen, zodat we de warmte vermijden. Kelat ligt midden een bergketen. Marie had reeds de tocht gedaan met de poliocampagne maar ze zei zeker geen neen om dit opnieuw te doen. Ik was al wat bang met mijn povere conditie, maar ik ging er toch volledig voor. Ik smeerde mijn kuiten in, zorgde voor een overlevingspakket en at nog een banaan, want we zouden ontbijten onderweg. Toen we de deur van onze kamer open trokken, zagen we een dichte mist. Dit hield ons niet tegen en samen met Tekle vertrokken we op tocht. Het eerste half uur had ik het moeilijk met het snelle tempo. Hoe langer we stapten, hoe steiler het werd. Er kwam precies geen einde aan. Telkens ik dacht dat we op de top waren, kwam er nog een stuk. We hebben geklommen met onze handen en voeten. Ik weet dat ik geen held ben in klimmen, maar hier heb ik mijn grenzen verlegd. Het ging makkelijker dan verwacht en ik had er plezier in. Ligt hier een nieuwe hobby op mij te wachten... Spieren in de benen heb ik al, nu nog wat werken aan de armspieren, de conditie en het komt goed. Als we weer bij een steile rots kwamen, mochten we niet nadenken, gewoon doen! Ik vond het soms onverantwoord zonder klimmateriaal maar we hadden Tekle mee, al heeft hij ons nooit naar boven moeten trekken! Er klinkt trots in mijn woorden, maar ik heb er nog geen dikke nek van gekregen, wel een verbrande... Bij elke pauze, genoot ik van het adembenemende uitzicht. We zagen Kelat liggen. Ik kon wel vliegen als de roofvogels toen ik de opkomende zon zag. De lucht had een roze gloed. We zagen wolken in de vallei en rond de bergen, die lichtjes wegtrokken.
Na 2u30 klimmen kwamen we boven op een plateau. Alle bergen zagen er zo uit bovenaan. We hadden tijdens onze tocht geen mens tegen gekomen, maar op deze plateau woonden een 10tal gezinnen. We namen rust langs de rand van het plateau met uitzicht op Sobeya en Eritrea. Toen we besloten terug te dalen, werden we nog uitgenodigd om koffie te drinken bij een familie. We werden ontvangen in een klein stenen huisje naast de koeien, geiten en kippen. Ze schonk ons towa in maar de melk en injera sloegen we af. De koffietas was meer gevuld met suiker dan met koffie maar het smaakte.
De tocht naar beneden ging vlot. We besloten de lange weg te nemen die minder gevaarlijk was. De zon brandde op ons gezicht maar een sjaal hield de warmte gedeeltelijk weg.
We hadden honger maar we moesten ons eerst wassen van Abid toen we aankwamen in de materniteit. We werden verwend en kregen een grote injera met veel verschillende sausjes en zelfs salade. Het was een feestmaaltijd maar ook de beste maaltijd sinds onze aankomst!
We lazen in de namiddag nog een boek en eindigden de avond terug met uno in het huisje van Abid en Tekle.
Na 2u30 klimmen kwamen we boven op een plateau. Alle bergen zagen er zo uit bovenaan. We hadden tijdens onze tocht geen mens tegen gekomen, maar op deze plateau woonden een 10tal gezinnen. We namen rust langs de rand van het plateau met uitzicht op Sobeya en Eritrea. Toen we besloten terug te dalen, werden we nog uitgenodigd om koffie te drinken bij een familie. We werden ontvangen in een klein stenen huisje naast de koeien, geiten en kippen. Ze schonk ons towa in maar de melk en injera sloegen we af. De koffietas was meer gevuld met suiker dan met koffie maar het smaakte.
De tocht naar beneden ging vlot. We besloten de lange weg te nemen die minder gevaarlijk was. De zon brandde op ons gezicht maar een sjaal hield de warmte gedeeltelijk weg.
We hadden honger maar we moesten ons eerst wassen van Abid toen we aankwamen in de materniteit. We werden verwend en kregen een grote injera met veel verschillende sausjes en zelfs salade. Het was een feestmaaltijd maar ook de beste maaltijd sinds onze aankomst!
We lazen in de namiddag nog een boek en eindigden de avond terug met uno in het huisje van Abid en Tekle.
zaterdag 21 februari 2015
8 pastoors en een zuster
Het zijn die kleine dingen dat een mens gelukkig maakt!
Ik besloot om vandaag naar Sobeya te gaan. We hadden de boekenlijst nodig. Volgende week gaan we naar Mekele en zouden we de boeken kopen die nodig zijn voor in de bibliotheek van de middelbare school in Sobeya. Momenteel hebben ze 2 boekenrekken voor 700 leerlingen.
De vzw heeft een tijdje geleden 2 brommers gesponsord om hier in Kelat en de omgeving rond te rijden indien er thuisverpleging nodig is. Ik vraag aan Abara of hij of Tekle mij kunnen brengen naar sobeya met de moto. Dit zal moeilijk gaan, zegt hij, want ze hebben beiden geen rijbewijs en er is controle op de weg naar sobeya. Ik heb een rijbewijs dus mag misschien wel met de brommer/moto rijden. Abara leerde me gisteren de kneepjes van het vak maar het is moeilijker dan verwacht, want de wegen zijn hier een ramp. Overal grote stenen en diepe putten op en in de zandwegen. Ik neem het risico niet dus brengt abara mij naar de splitsing van Sobeya en Adigrat. Na bijna 5 keer vallen omdat Abara veel te traag rijdt en dus vaak zijn evenwicht verliest, ben ik toch veilig aangekomen. Er zitten heel wat mensen te wachten op een bus richting Sobeya. Het is namelijk marktdag daar, dus ook de bussen zitten vol. Na een half uur wachten, beslis ik te voet te gaan. Het zou 1u -1u30 stappen zijn. Ik heb in mijn rugzak water, fruit en snoep, dus ik zou het wel overleven. De mensen aan de splitsing raden het me af omdat ik een buitenlandse ben, maar ik vertrek toch. Ik geniet er van, alleen op stap in de zon, luisterend naar de geluiden om me heen. Na 20min stopt er een jeep naast me. Er zitten 8 pastoors en 1 zuster in. Ze zijn op weg naar een begrafenis van een 12jarige jongen die gestorven is aan een ziekte, specifieker waren ze niet. De begrafenis gaat door in Sobeya en ze bieden me een rit aan. Daar zeg ik geen neen op. Na elkaars nummers uitgewisseld te hebben en de gekende paspoortcontrole door het leger zijn we al snel in Sobeya. Ik stap meteen naar de directeur zijn huis. Zijn vrouw maakt meteen koffie voor me en laat iemand haar man zoeken. Hij komt na een 10tal minuutjes het kleine huis binnen gewandeld. Hij biedt eten aan, wat mooi meegenomen is op de middag. Hij geeft me de boekenlijst. Ik bespreek ook met hem de datums voor mijn volgend bezoek. Na een uitgebreide maaltijd (pasta met injera) ga ik nog langs de markt om rijst, kruiden, bananen en een spiegel te kopen. Als Marie weg is heb ik niemand meer die zo eerlijk zal zijn over hoe ik er echt uit zie!
Op de bus terug naar de splitsing met Kelat, leer ik een vrouw kennen. Zij is leerkracht aan de lagere school van kelat en nodigt ons uit om maandag naar de school te komen. Ze spreekt goed Engels! Ze heeft heel wat eten gekocht op de markt en er staan al mensen te wachten aan de splitsing om te helpen dragen. Ze willen niet dat ik help dus begin ik mijn staptocht naar kelat alleen. Na een sanitaire stop tussen te cactussen, loop ik 2 vriendelijke mannen met een zak teff op hun hoofd tegen het lijf. Ze roepen naar mij "dokter dokter" en geven me een onmiddelijk een hand. We kunnen spijtig genoeg niet communiceren maar ze tonen me wel een kortere weg naar Kelat langs de velden. Met de ondergaande zon op mijn huid en die 2 oudere Ethiopische mannen in traditionele klederdracht, loop ik al glimlachend mijn 2e thuis tegemoet! Ik heb weer een leuke dag gehad met fijne ontmoetingen. Ik verlang naar de dingen die nog moeten komen, maar ik ben al gelukkig met de dingen nu!
Ik besloot om vandaag naar Sobeya te gaan. We hadden de boekenlijst nodig. Volgende week gaan we naar Mekele en zouden we de boeken kopen die nodig zijn voor in de bibliotheek van de middelbare school in Sobeya. Momenteel hebben ze 2 boekenrekken voor 700 leerlingen.
De vzw heeft een tijdje geleden 2 brommers gesponsord om hier in Kelat en de omgeving rond te rijden indien er thuisverpleging nodig is. Ik vraag aan Abara of hij of Tekle mij kunnen brengen naar sobeya met de moto. Dit zal moeilijk gaan, zegt hij, want ze hebben beiden geen rijbewijs en er is controle op de weg naar sobeya. Ik heb een rijbewijs dus mag misschien wel met de brommer/moto rijden. Abara leerde me gisteren de kneepjes van het vak maar het is moeilijker dan verwacht, want de wegen zijn hier een ramp. Overal grote stenen en diepe putten op en in de zandwegen. Ik neem het risico niet dus brengt abara mij naar de splitsing van Sobeya en Adigrat. Na bijna 5 keer vallen omdat Abara veel te traag rijdt en dus vaak zijn evenwicht verliest, ben ik toch veilig aangekomen. Er zitten heel wat mensen te wachten op een bus richting Sobeya. Het is namelijk marktdag daar, dus ook de bussen zitten vol. Na een half uur wachten, beslis ik te voet te gaan. Het zou 1u -1u30 stappen zijn. Ik heb in mijn rugzak water, fruit en snoep, dus ik zou het wel overleven. De mensen aan de splitsing raden het me af omdat ik een buitenlandse ben, maar ik vertrek toch. Ik geniet er van, alleen op stap in de zon, luisterend naar de geluiden om me heen. Na 20min stopt er een jeep naast me. Er zitten 8 pastoors en 1 zuster in. Ze zijn op weg naar een begrafenis van een 12jarige jongen die gestorven is aan een ziekte, specifieker waren ze niet. De begrafenis gaat door in Sobeya en ze bieden me een rit aan. Daar zeg ik geen neen op. Na elkaars nummers uitgewisseld te hebben en de gekende paspoortcontrole door het leger zijn we al snel in Sobeya. Ik stap meteen naar de directeur zijn huis. Zijn vrouw maakt meteen koffie voor me en laat iemand haar man zoeken. Hij komt na een 10tal minuutjes het kleine huis binnen gewandeld. Hij biedt eten aan, wat mooi meegenomen is op de middag. Hij geeft me de boekenlijst. Ik bespreek ook met hem de datums voor mijn volgend bezoek. Na een uitgebreide maaltijd (pasta met injera) ga ik nog langs de markt om rijst, kruiden, bananen en een spiegel te kopen. Als Marie weg is heb ik niemand meer die zo eerlijk zal zijn over hoe ik er echt uit zie!
Op de bus terug naar de splitsing met Kelat, leer ik een vrouw kennen. Zij is leerkracht aan de lagere school van kelat en nodigt ons uit om maandag naar de school te komen. Ze spreekt goed Engels! Ze heeft heel wat eten gekocht op de markt en er staan al mensen te wachten aan de splitsing om te helpen dragen. Ze willen niet dat ik help dus begin ik mijn staptocht naar kelat alleen. Na een sanitaire stop tussen te cactussen, loop ik 2 vriendelijke mannen met een zak teff op hun hoofd tegen het lijf. Ze roepen naar mij "dokter dokter" en geven me een onmiddelijk een hand. We kunnen spijtig genoeg niet communiceren maar ze tonen me wel een kortere weg naar Kelat langs de velden. Met de ondergaande zon op mijn huid en die 2 oudere Ethiopische mannen in traditionele klederdracht, loop ik al glimlachend mijn 2e thuis tegemoet! Ik heb weer een leuke dag gehad met fijne ontmoetingen. Ik verlang naar de dingen die nog moeten komen, maar ik ben al gelukkig met de dingen nu!
vrijdag 20 februari 2015
dinsdag 17 februari 2015
De kust is veilig!?
Ik raad aan dat de mensen die erg bezorgd zijn dit verhaal niet lezen. Al geef ik gelijk aan alle nieuwsgierige!
We bezochten deze ochtend de school in Sobeya. Eerst spraken we met de directeur over de investeringen die nodig zijn, zoals extra computers, projector, schoolbanken, boeken... We volgden een les aardrijkskunde, geschiedenis en Engels mee. Telkens als we ergens binnen gingen stonden de leerlingen recht en als we naar buiten gingen klapten ze in hun handen. Tijdens de les was het muisstil in de klas maar wanneer we een voet buiten zetten, schaterden ze het uit!
Omdat het niet mogelijk was om naar de danakil depression te gaan deze week, besloten we terug naar Kelat te gaan. We moesten eerst naar Adigrat om inkopen te doen. Tesfalem had een auto kunnen regelen die ons erna naar Kelat zou brengen. Die liet heel lang op zich wachten.
Om 20u00 kwam de auto ons eindelijk halen aan een tankstation. Het was al pikkedonker en er waren geen sterren te zien door de dreigende regenwolken. De jeep ging eerst langs een verlaten steegje om benzine te kopen want de tankstations waren leeg. We hadden nog een hele weg te gaan. Het was ongeveer 1u30 rijden naar Kelat in de bergen, langs hobbelige zandwegen. Er is geen straatverlichting en dus al zeker niet op de verlaten wegen zoals die naar kelat.
Na 20min rijden werden we tegengehouden door een legerpost. Zij deden moeilijk om de weg vrij te maken en lieten hun kolonel komen. Hij vertelde dat hij ons niet kon doorlaten. Zoals jullie wel weten ligt Kelat op enkele kilometers van de grens met Eritrea. De kolonel kon ons niet verzekeren dat de weg veilig was. De omgeving wordt telkens in de vroege ochtend uitgekamd op bommen of Eritrese spionnen. Vooral omdat wij buitenlanders zijn kon dit voor problemen zorgen. Hij vroeg ons of er iemand van onze trip op de hoogte was. Toen ik zei dat enkel de verpleegkundigen van onze komst afwisten, twijfelde hij. De chauffeur kon hem uiteindelijk overtuigen ons door te laten. Ik was enorm op mijn hoede en durfde het verhaal niet meteen aan Marie te vertellen. Zij zat in de auto te wachten.
We reden door, de bergen verder in. De weg lag er modderig bij door de regenval. Bij de splitsing van Sobeya en Kelat raakte de auto in moeilijkheden. De chauffeur en zijn vriend stapten uit om het probleem op te lossen. Marie en ik zaten stilzwijgend naast elkaar. We hadden geen ontvangst op onze gsm om Tekle te vertellen dat we later zouden aankomen dan verwacht. Toen de chauffeur een steen uit de struiken wou nemen kwam er een geweer te voorschijn gevolgd door 5 mensen. Ze hadden donkere gewaden aan en we zagen dat er 2 vrouwen bij waren. 1 kleine vrouw met grote handen die een geweer stevig vasthield tegen haar borst. De ander, stevig gebouwd en iets groter dan mij, had een groene doek rond haar hoofd en keek met doordringende dreigende ogen naar ons. Ze lieten ons uitstappen. Ze spraken ook Tigrigna. Marie en ik konden geen woord uitbrengen door de angst. Ik struikelde maar kon me nog net vasthouden aan de auto. De 2 vrouwen onderzochten de auto en de 3 andere mannen fluisterend onderling. De vrouwen namen het eten in beslag en gebaarden dat we de rugzakken uit de auto moesten halen. We deden ze open maar ze waren niet geïnteresseerd in wat erin zat. Ze discussieerden onderling met de mannen en we werden verplicht hen te volgen. We namen zelf onze rugzakken mee. Ik droeg een kleedje en sandalen en was dus niet voorbereid om lang te stappen. Omdat we door dicht struikgewas stapten, scheurde de huid van mijn benen open. Ik voelde het bloed langs mijn enkels naar beneden lopen. Nog steeds durfden we niets zeggen, maar ik hoorde Marie lichtjes snikken. Ook ik kon mijn tranen niet tegen houden. We namen elkaars hand vast en stapten verder gevolgd door de 2 vrouwen. Mijn hart bonste in mijn keel, mijn mond was kurkdroog en elke stap werd zwaarder. Ik dacht aan thuis, aan de libel waar ik zo graag zit met Liene en Mariele, genietend van een warme zomerbries en met onze voeten in het water, vertellend over alle daagse dingen... Ik werd al snel wakker geschud. We kwamen bij een wit gebouw aan, die ons vertrouwd leek. Tekle stond ons al zwaaiend op te wachten met een lachende Abara naast hem! Ze knuffelden ons stevig en waren blij ons terug te zien, en ja, wij ook! We waren thuis!
Dit was het verhaal dat ik me volledig kon inbeelden nadat het Ethiopisch leger ons had tegengehouden. Ik hou van drama maar we hebben uiteindelijk een veilige rit gehad!
Deze ochtend zagen we een hele stoet van het leger in Sobeya. Ze verkennen momenteel de omgeving en doen oefeningen in de bergen. Ik heb het gevoel dat het Ethiopisch leger zich aan het voorbereiden is voor iets. Ik geloof dat Kelat veilig is voor ons maar ik heb bedenkingen bij de relatie tussen Eritrea en Ethiopië.
We bezochten deze ochtend de school in Sobeya. Eerst spraken we met de directeur over de investeringen die nodig zijn, zoals extra computers, projector, schoolbanken, boeken... We volgden een les aardrijkskunde, geschiedenis en Engels mee. Telkens als we ergens binnen gingen stonden de leerlingen recht en als we naar buiten gingen klapten ze in hun handen. Tijdens de les was het muisstil in de klas maar wanneer we een voet buiten zetten, schaterden ze het uit!
Omdat het niet mogelijk was om naar de danakil depression te gaan deze week, besloten we terug naar Kelat te gaan. We moesten eerst naar Adigrat om inkopen te doen. Tesfalem had een auto kunnen regelen die ons erna naar Kelat zou brengen. Die liet heel lang op zich wachten.
Om 20u00 kwam de auto ons eindelijk halen aan een tankstation. Het was al pikkedonker en er waren geen sterren te zien door de dreigende regenwolken. De jeep ging eerst langs een verlaten steegje om benzine te kopen want de tankstations waren leeg. We hadden nog een hele weg te gaan. Het was ongeveer 1u30 rijden naar Kelat in de bergen, langs hobbelige zandwegen. Er is geen straatverlichting en dus al zeker niet op de verlaten wegen zoals die naar kelat.
Na 20min rijden werden we tegengehouden door een legerpost. Zij deden moeilijk om de weg vrij te maken en lieten hun kolonel komen. Hij vertelde dat hij ons niet kon doorlaten. Zoals jullie wel weten ligt Kelat op enkele kilometers van de grens met Eritrea. De kolonel kon ons niet verzekeren dat de weg veilig was. De omgeving wordt telkens in de vroege ochtend uitgekamd op bommen of Eritrese spionnen. Vooral omdat wij buitenlanders zijn kon dit voor problemen zorgen. Hij vroeg ons of er iemand van onze trip op de hoogte was. Toen ik zei dat enkel de verpleegkundigen van onze komst afwisten, twijfelde hij. De chauffeur kon hem uiteindelijk overtuigen ons door te laten. Ik was enorm op mijn hoede en durfde het verhaal niet meteen aan Marie te vertellen. Zij zat in de auto te wachten.
We reden door, de bergen verder in. De weg lag er modderig bij door de regenval. Bij de splitsing van Sobeya en Kelat raakte de auto in moeilijkheden. De chauffeur en zijn vriend stapten uit om het probleem op te lossen. Marie en ik zaten stilzwijgend naast elkaar. We hadden geen ontvangst op onze gsm om Tekle te vertellen dat we later zouden aankomen dan verwacht. Toen de chauffeur een steen uit de struiken wou nemen kwam er een geweer te voorschijn gevolgd door 5 mensen. Ze hadden donkere gewaden aan en we zagen dat er 2 vrouwen bij waren. 1 kleine vrouw met grote handen die een geweer stevig vasthield tegen haar borst. De ander, stevig gebouwd en iets groter dan mij, had een groene doek rond haar hoofd en keek met doordringende dreigende ogen naar ons. Ze lieten ons uitstappen. Ze spraken ook Tigrigna. Marie en ik konden geen woord uitbrengen door de angst. Ik struikelde maar kon me nog net vasthouden aan de auto. De 2 vrouwen onderzochten de auto en de 3 andere mannen fluisterend onderling. De vrouwen namen het eten in beslag en gebaarden dat we de rugzakken uit de auto moesten halen. We deden ze open maar ze waren niet geïnteresseerd in wat erin zat. Ze discussieerden onderling met de mannen en we werden verplicht hen te volgen. We namen zelf onze rugzakken mee. Ik droeg een kleedje en sandalen en was dus niet voorbereid om lang te stappen. Omdat we door dicht struikgewas stapten, scheurde de huid van mijn benen open. Ik voelde het bloed langs mijn enkels naar beneden lopen. Nog steeds durfden we niets zeggen, maar ik hoorde Marie lichtjes snikken. Ook ik kon mijn tranen niet tegen houden. We namen elkaars hand vast en stapten verder gevolgd door de 2 vrouwen. Mijn hart bonste in mijn keel, mijn mond was kurkdroog en elke stap werd zwaarder. Ik dacht aan thuis, aan de libel waar ik zo graag zit met Liene en Mariele, genietend van een warme zomerbries en met onze voeten in het water, vertellend over alle daagse dingen... Ik werd al snel wakker geschud. We kwamen bij een wit gebouw aan, die ons vertrouwd leek. Tekle stond ons al zwaaiend op te wachten met een lachende Abara naast hem! Ze knuffelden ons stevig en waren blij ons terug te zien, en ja, wij ook! We waren thuis!
Dit was het verhaal dat ik me volledig kon inbeelden nadat het Ethiopisch leger ons had tegengehouden. Ik hou van drama maar we hebben uiteindelijk een veilige rit gehad!
Deze ochtend zagen we een hele stoet van het leger in Sobeya. Ze verkennen momenteel de omgeving en doen oefeningen in de bergen. Ik heb het gevoel dat het Ethiopisch leger zich aan het voorbereiden is voor iets. Ik geloof dat Kelat veilig is voor ons maar ik heb bedenkingen bij de relatie tussen Eritrea en Ethiopië.
zondag 15 februari 2015
Allemaal beestjes
Jeuk... Verkoudheid... Misselijk... Krampen... Moe...Slapeloze nachten... Ik heb het allemaal! Het is een fantastische ervaring maar de nodige kwaaltjes moet je er soms bij nemen. Van veel kunnen we de oorzaak achterhalen. De hoogte en droogte zijn de oorzaak van mijn verkoudheid en vermoeidheid. De koffie is de reden voor mijn slapeloze nachten en het rauw vlees de reden van mijn krampen en misschien de misselijkheid op dit moment. Maar de jeuk... Daar zijn we nog niet achter gekomen. Ik heb sinds mijn aankomst enkele rode bulten. Elke dag komen er bij. Marie doet momenteel research. Wie de boosdoeners zijn, weten we niet zeker, het kunnen vlooien, bedwants, schurft, muggen...zijn. Maar nog niets is zeker! Ik hoop vooral dat het snel verdwijnt!
We zijn vandaag naar Fatsi geweest voor de opening van een nieuw deel in de primary hospital. Er was veel volk aanwezig en de mensen dansten op het grote grasveld naast het ziekenhuis. Het leger en de politie waren ook aanwezig. Toen we aankwamen werden we door iedereen nagekeken. We kregen meteen wat te drinken en een injera met rauw vlees. Het kon Marie en ik weinig smaken. We namen wat foto's van het feestgedruis en ik eindigde al lachend tussen het leger en de politie agenten. Ik ben benieuwd naar de kiekjes!
Ik sprak vandaag met Tesfalem over de mogelijkheid om een vluchtelingenkamp te bezoeken in het Oosten. Dit blijkt niet meteen moeilijk te zijn omdat hij mensen kent die er werken! Als dit lukt zou het de kers op de taart van heel mijn avontuur zijn! Ik ben heel benieuwd en zal dit proberen te regelen voor in mei! Wat is het handig om een contactpersoon te hebben hier!
We zijn vandaag naar Fatsi geweest voor de opening van een nieuw deel in de primary hospital. Er was veel volk aanwezig en de mensen dansten op het grote grasveld naast het ziekenhuis. Het leger en de politie waren ook aanwezig. Toen we aankwamen werden we door iedereen nagekeken. We kregen meteen wat te drinken en een injera met rauw vlees. Het kon Marie en ik weinig smaken. We namen wat foto's van het feestgedruis en ik eindigde al lachend tussen het leger en de politie agenten. Ik ben benieuwd naar de kiekjes!
Ik sprak vandaag met Tesfalem over de mogelijkheid om een vluchtelingenkamp te bezoeken in het Oosten. Dit blijkt niet meteen moeilijk te zijn omdat hij mensen kent die er werken! Als dit lukt zou het de kers op de taart van heel mijn avontuur zijn! Ik ben heel benieuwd en zal dit proberen te regelen voor in mei! Wat is het handig om een contactpersoon te hebben hier!
Abonneren op:
Posts (Atom)